Wat is scouting?


Scouting is de grootste jeugd- en jongerenvereniging van Nederland. Scouting is niet alleen een afwisselende en leuke vrijetijdsbesteding: naarmate je als jeugdlid ouder wordt neemt je zelfstandigheid toe en de begeleiding neemt af. Scouting is zo veelzijdig dat bijna elke denkbare activiteit een Scoutingactiviteit kan worden. Het is niet alleen leuk, je leert er ook nog veel. Bijvoorbeeld organiseren, samenwerken of leidinggeven.

Iedereen tussen de 5 en 23 jaar oud kan jeugdlid van Scouting zijn. Geloof, huidskleur, afkomst of opleiding doen er niet toe. Ook een handicap hoeft geen bezwaar te zijn om een actieve scout te worden. Er zijn in ons land 1300 Scoutinggroepen. Behalve jeugdleden hebben al die groepen leiders en leidsters, niet-direct leidinggevenden, en natuurlijk ook een bestuur.

Geschiedenis van scouting

De Engelsman Robert Baden-Powell is de grondlegger van het programma dat Scouting te bieden heeft. In 1903 kochten veel jongens zijn boek Aids to Scouting, bestemd voor verspieders in het leger. Deze jongens speelden een spel en noemden zich ‘B.P. Scouts’. Toen Baden-Powell dit in de gaten kreeg, schreef hij een boek dat aan dit spel aangepast is: Scouting for  boys. Het boek kwam in 1908 uit en werd een echte bestseller.  In Nederland werden in 1910 de eerste voorbereidingen getroffen om met het ‘Spel van Verkennen’ te beginnen, terwijl in datzelfde jaar in Londen Scouting voor meisjes begon. Baden-Powell reisde in deze tijd alle vijf werelddelen rond om de start van Scouting te stimuleren.  In 1937 werd de vijfde Wereld-Jamboree gehouden in het Nederlandse Vogelenzang-Bloemendaal. Koningin Wilhelmina opende het kamp, waaraan 27000 verkenners uit 54 landen deelnamen. Baden-Powell, toen tachtig jaar oud, nam hier afscheid met de woorden: ‘Laat de wereld een beetje beter achter dan zoals je hem gevonden hebt.’ De Nederlandse Padvind(st)ers Verenigingen bleven na de Duitse inval ondergronds zo goed mogelijk functioneren. Officieel was Scouting in de bezettingsjaren verboden. Buitenactiviteiten waren in deze jaren daarom nagenoeg onmogelijk. Na de bevrijding in mei 1945 bleek, hoe springlevend de Padvind(st)ers Verenigingen nog waren. Na de oorlog bestond Scouting in Nederland uit vier organisaties: de Vereniging der Nederlandse Padvinders (N.P.V.), het Nederlandse Padvinders Gilde (N.P.G.), de Katholieke Verkenners (K.V.) en de jongste, de Nederlandse Gidsen Beweging (katholieke Gidsen). De Federatie ‘Scouting Nederland’ werd op 30 januari 1968 opgericht. Vijf jaar later zou de fusie van de vier organisaties voltooid zijn. Op 6 januari 1973 werd de Vereniging Scouting Nederland geboren en op 18 oktober 1980 was in Leusden de opening van het nieuwe Landelijk Bureau van Scouting Nederland. Hier werken beroepskrachten en vrijwilligers samen om in overleg met de regio’s het landelijk beleid voor te bereiden en uit te voeren. Hier worden nieuwe activiteiten ontwikkeld en ook de dienstverlening aan de leden (zoals trainingen, programmaontwikkeling en voorlichting) vindt van hieruit plaats.  In 1985 viert Scouting Nederland het 75-jarig bestaan van het Spel van Verkennen in Nederland. Na goede ervaringen uit het buitenland wordt een nieuwe speltak aan de bestaande toegevoegd: de bevers. In 1991 werd Scouting 2000 geïntroduceerd: een nieuw programma-aanbod voor Scouting Nederland. Een onderdeel hiervan is het programma-aanbod voor de esta’s, een gemengde speltak voor jongens en meisjes tussen de zeven en elf jaar. Ook voor scouts en explorers wordt een nieuw programma-aanbod geïntroduceerd.
In augustus 1995 organiseerde Scouting Nederland de achttiende Wereld Jamboree in Dronten. Bijna 40 000 Scoutingleden van over de hele wereld waren hierbij aanwezig. Wereldwijd telt Scouting 24 miljoen leden.

De doelstelling van Scouting Nederland

‘Scouting Nederland wil het Spel van Verkennen in Nederland bevorderen op grondslag van de ideeën van Lord Baden-Powell om daarmee een plezierige beleving van de vrije tijd te bieden aan meisjes en jongens, zodat een bijdrage wordt geleverd aan de vorming van de persoonlijkheid’.  Het halen van deze doelstelling is afhankelijk van de inzet en de houding van de leiding en het scheppen van de voorwaarden ervoor door het bestuur.  Het spel of spelend bezig zijn staat centraal bij de doelstelling. Het gaat om een plezierige beleving van de vrije tijd en om de ontwikkeling van het Scoutinglid. Spelen is voor de mens essentieel en neemt in ieder mensenleven een belangrijke plaats in. Niet alleen kinderen, ook volwassen spelen. In het spel kan de mens zich ontspannen, nieuwe dingen ontdekken, anderen leren kennen, zichzelf ontdekken, krachten meten en met anderen leren omgaan. Fantasie en creativiteit worden beproefd. De eigen identiteit kan met dit spel ontdekt en beleefd worden. Voor jeugd en jongeren is Scouting een speelplaats om zichzelf te ontwikkelen.

Het Scoutingprogramma is te omschrijven als:

een vorm van jeugd- en jongerenwerk, waarin jongens en meisjes samen met groeiende zelfstandigheid en daarmee gepaard gaande afnemende leiding, met een bepaalde spelcode, geïnspireerd op en door het buitenleven, de mogelijkheden van zichzelf en de wereld gaan ontdekken, door een keuze te doen uit diverse activiteiten, waarin zij op hun leeftijd plezier hebben.

De ideeën van Lord Baden-Powell zijn de volgende:

De Scoutingroute ziet er als volgt uit:

De programma-middelen

De groepsbeleving wordt binnen Scouting bevorderd door het gebruik van ceremoniën. Het dragen van het uniform verhoogt het wij-gevoel en is tevens een middel om de herkenbaarheid als vereniging te bevorderen.  Elke speltak (bevers, welpen, kabouters, enz.) vormt een vaste groep. Om dit te onderstrepen is er voor elke jongen of meisje een duidelijk moment van toetreden tot die groep: de installatie. De wet en het uitspreken van de belofte vormen een onderdeel van de installatieceremonie.  Een speltak is bij de leeftijdsgroepen tot vijftien jaar, met uitzondering van de bevers, verdeeld in subgroepen van ongeveer zes leden. Door deze verdeling in kleine groepjes krijgen de samenwerking en ontplooiing van het individu grote kans van slagen. Vooral bij de verkenners en padvindsters zijn de subgroepen (patrouilles en rondes) van groot belang. Bij de explorers en de stam zijn er geen subgroepen meer.